Onderzoek naar beschikbaarheid van jeugdhulp in strafrechtelijk kader
Passende zorg die niet op tijd komt

Gemeenten kopen jeugdhulp in voor jongeren in een strafrechtelijk kader: jongeren die een strafbaar feit hebben gepleegd of daarvan worden verdacht, vaak met een gedrags- of ontwikkelingsstoornis of een licht verstandelijke beperking op de achtergrond. Het Openbaar Ministerie, de Raad voor de Kinderbescherming en de Gecertificeerde Instellingen zien al langer dat passende hulp niet altijd op tijd of in voldoende mate beschikbaar is; vooral specialistische en forensische zorg staat onder druk. Dat vergroot de kans op terugval en zet de hele strafrechtketen onder druk.

Van praktijkonderzoek naar landelijk beeld

Het ministerie van Justitie en Veiligheid vroeg EHdK om de beschikbaarheid van deze jeugdhulp in kaart te brengen. EHdK onderzocht eerst de situatie in Oost-Nederland. Gesprekken met jeugdreclassering, de Raad voor de Kinderbescherming, zorgaanbieders en ervaringsdeskundigen brachten de tekorten en witte vlekken in kaart, met als resultaat een stappenplan. Omdat de knelpunten breder speelden, volgde een landelijk onderzoek: tien gecertificeerde instellingen registreerden vier maanden lang per casus welke hulp het beste paste en welke hulp er daadwerkelijk werd geleverd, inclusief de reden als die uiteenliep. Bijna 1.800 hulpvragen leverde dat op, aangevuld met gesprekken over het zorglandschap per regio.

42 procent krijgt niet de hulp die nodig is

Landelijk kon voor ruim de helft van de hulpvragen de gewenste zorg niet op tijd of passend worden ingezet. Het gaat bij zo’n 42 procent om zorg die simpelweg niet beschikbaar is, met de grootste tekorten bij verblijfszorg en bij (forensische) LVB-problematiek.

EHdK vertaalde de uitkomsten naar aanbevelingen en een concreet stappenplan, zodat gemeenten, aanbieders en ketenpartners samen kunnen bouwen aan een dekkend zorglandschap.

“Een passende oplossing begint met inzicht in het probleem.” - Merel Blans